De Dikke Lijn: Van Petrus naar de Volken
Één apostolische lijn – van Petrus, via Markus, naar Mattheüs en de kerk
44 n.Chr. – 47 n.Chr.

Deze infographic laat zien hoe het evangelie via een specifieke 'apostolische lijn' van Petrus naar de hele wereld is gegaan. Het begint bij Petrus zelf, die als ooggetuige van Jezus' leven, dood en opstanding de opdracht kreeg om te getuigen. Zijn boodschap was duidelijk: Jezus is de Messias en Heer, zowel voor Joden als voor niet-Joden (heidenen).
De volgende stap in deze lijn is het Evangelie van Markus. Markus schreef dit evangelie, waarschijnlijk tussen 44 en 47 na Christus, in Antiochië. Hij baseerde zich hierbij op de preken en herinneringen van Petrus. De inhoud van Markus weerspiegelt dus de kern van Petrus' getuigenis. Deze mondelinge overlevering en schriftelijke vastlegging werden vervolgens officieel bevestigd. Volgens Handelingen 15:7 bekrachtigden Petrus, de apostelen en de oudsten in Jeruzalem dat het evangelie door Petrus' mond aan de heidenen zou worden verkondigd. Dit betekende dat Petrus' getuigenis niet alleen persoonlijk was, maar ook formeel erkend en geautoriseerd door de vroege kerkleiding.
Daarop volgde het Evangelie van Mattheüs. Mattheüs gebruikte het evangelie van Markus als basis, maar voegde elementen toe die belangrijk waren voor de gemeenten waartoe hij zich richtte. Het evangelie van Mattheüs licht Petrus extra uit, benadrukt zijn apostolische autoriteit, is sterk verbonden met de Joodse Schrift en traditie, en is geschreven voor een Joods-christelijke achtergrond met oog voor de volken. Mattheüs laat zien hoe Petrus de leiding vertegenwoordigt en de 'sleutels van het Koninkrijk' heeft gekregen om te 'binden en ontbinden'. Ook zijn menselijke falen en herstel worden als een voorbeeld van genade gepresenteerd. Door deze stappen, beginnend bij Petrus en via Markus en Mattheüs, werd het evangelie van Jeruzalem en Judea verspreid naar Samaria en uiteindelijk naar de uiteinden van de aarde, zoals de Grote Opdracht vereist.