Netwerk rond Jezus – Galilea, Jeruzalem en het Hof
Een rijk sociaal, economisch en priesterlijk netwerk
27 n.Chr. – 30 n.Chr.

De infographic schetst een gedetailleerd beeld van de diverse netwerken die een rol speelden in de tijd van Jezus, ongeveer tussen 27 en 30 na Christus. Centraal staat Jezus en zijn beweging, die zowel volgelingen aantrok als weerstand opriep. Jezus' volgelingen kwamen uit verschillende lagen van de maatschappij. Zo zien we de vissersfamilie van Zebedeüs in Galilea, met Jakobus en Johannes, die visser-ondernemer waren en een groot netwerk hadden. Simon Petrus, partner van Johannes, beschikte eveneens over een uitgebreid netwerk. Johannes, de zoon van Zebedeüs, was aanvankelijk volgeling van Johannes de Doper en kende de hogepriester in Jeruzalem, wat duidt op contacten tussen religieuze bewegingen en de machtigste families. Parallel hieraan was er de invloedrijke priesterlijke familie van Annas, die meer dan vijftig jaar het hogepriesterschap domineerde en cruciaal was tijdens Jezus' proces. Een belangrijke maar vaak onderbelichte rol speelde de vrouwengroep, zoals Johanna (vrouw van Herodes' rentmeester Chuza), Susanna en Maria Magdalena, die met hun bezit de beweging van Jezus steunden en toegang hadden tot de hogere sociale kringen. Chuza zelf, als rentmeester van Herodes Antipas, vertegenwoordigt de connectie met het Herodiaanse hof, dat door Herodes Antipas werd geregeerd vanuit Caesarea en Tiberias. Ook de vriendenkring van Jezus in Bethanië, waaronder Lazarus, Martha en Maria, die Jezus vaak onderdak boden, had aanzien en middelen. Deze netwerken werden aan elkaar gekoppeld door reismogelijkheden, feesten en handel. De evangelist Lukas' schrijven aan 'Hooggeachte Theofilus', mogelijk een lid van de Annas-familie, toont de verbinding tussen deze netwerken en de vroege verspreiding van het christendom. Zelfs de latere confrontatie tussen Herodes Agrippa I en de Jezusbeweging, waarbij Jakobus werd gedood en Petrus gevangen gezet, onderstreept de politieke realiteit van deze dynamische periode.